Bewaar deze instructie in een nieuwe afspeellijst of selecteer een bestaande.

Afspeellijsten zijn ook zichtbaar voor andere gebruikers

Bestaande afspeellijsten

WeetHetSnel gebruiker Weethetsnel

Weethetsnel
Heeft 497 instructies gemaakt

‘Viervakken’ kinder balspel voor buiten simpel uitgelegd

 ‘Viervakken’ kinder balspel voor buiten simpel uitgelegd
Omschrijving

Viervakken is een makkelijk balspel voor buiten dat je kunt spelen met kleine of grote groepen kinderen. In deze speluitleg zijn de regels voor dit zogenaamde Vier Vakken spel (ook wel bekend als ‘Vierkanten’, ‘Viervakken’, ‘King’ of ‘Koningsspel’) stap voor stap op een rijtje gezet. Met het mooie weer is het heerlijk om dit balspel buiten te spelen. Het Vier Vakken spel is snel te maken en je hebt er weinig voor nodig. Het is zeer geschikt als groepsspel voor kinderen, maar je kunt het balspel met 2 spelers ook al spelen.
Je speelt het spel op een harde ondergrond en kunt het dus spelen met kinderen op het schoolplein, in de speeltuin of op de camping. Dit buitenspel is leuk voor kinderen vanaf 6 á 7 jaar oud.

Handleiding
Omdat voor dit spel verschillende benamingen worden gehanteerd, zullen wij in deze speluitleg een aantal van deze namen door elkaar heen gebruiken.

1. Doel van het Vier Vakken spel

Het doel van het Vier Vakken spel is om aan het einde van het spel op vak 1 te eindigen. Dan ben je de winnaar van het balspel. Je kunt ook tweede worden in vak 2 en derde in vak 3.
Hoe je het balspel kunt winnen, en alle andere spelregels voor het spelen van het Vier Vakken spel, kun je lezen in de stappen hieronder.

2. Met hoeveel spelers kun je Viervakken spelen?

Je kunt Viervakken al spelen met 2 spelers. Een maximum aantal spelers is er niet, want de spelers die niet in het vierkant staan, wachten in een rij totdat een speler af is en zij het veld in mogen om de vrijgekomen plek in te nemen. Het spel loopt snel door dus je zult niet lang hoeven te wachten.
Ben je met heel veel spelers, dan kan het wachten alsnog wel lang duren. Je kunt dan eventueel ook opsplitsen in 2 groepen en beiden in een eigen speelveld spelen (let op: dan heb je ook 2 ballen nodig). De spelregels voor het spelen in groepen en voor het spelen met 2, 3 of 4 spelers, vind je verderop in deze speluitleg.

3. Het tekenen van de vier vakken

Teken met stoepkrijt een groot vierkant van ongeveer 4,5m x 4,5m. Hoe groter het vierkant is, hoe moeilijker het balspel wordt.
Teken er daarna een grote plus in, zodat het vierkant wordt onderverdeeld in 4 gelijke vakken. Zorg ervoor dat alle vier de vakken voor het buitenspel even groot worden.
Als je dikkere lijnen maakt, is duidelijker te zien wanneer je af bent.
Voor jongere kinderen kun je het veld wat kleiner maken om het spel te vergemakkelijken.

4. De vakken markeren

Je kunt er voor kiezen om de vakken te nummeren. Ook kun je de letters van het woord KING erin zetten (de K, I, N en G). Door nummers of letters in de vakken te zetten, kun je makkelijker aanduiden waar iemand moet gaan staan.
  • Links achter is vak 1 (of K)
  • Rechts achter is vak 2 (of I)
  • Rechts voor is vak 3 (of N)
  • Links voor is vak 4 (of G)

5. De opstelling bij het Viervakken

We gebruiken in dit voorbeeld 8 spelers.
Bepaal wie er mag beginnen. Deze speler gaat met de bal in vak 1 staan. Dit is het vak waarin je aan het einde van het spel moet staan om eerste te worden. Je bepaalt onderling wie daar mag staan.
De volgende speler gaat in vak 2 staan, de speler daarna in vak 3, de volgende speler in vak 4 en de overige 4 spelers stellen zich op in een horizontale rij in de buurt van vak 4 (wel op voldoende afstand van het speelveld, zodat je geen bal of elleboog tegen je aan krijgt).

6. Hoe moet je starten met Viervakken?

Het speelveld is verdeeld in 4 vakken. Alle spelers die beginnen gaan in een vak staan, de overige deelnemers aan het spel in een rij daarbuiten. Als een speler uit het vierkant af is, dan schuiven de overige spelers in het vierkant een plek op en mag iemand uit de rij het veld in (als je tenminste met meer dan 4 spelers speelt).
De speler in vak 1 begint door de bal met 2 handen in zijn of haar eigen vak te stuiteren en daarna richting een van de andere spelers te stuiteren. Bijvoorbeeld naar vak 2. De speler uit vak 2 laat de bal stuiteren in zijn of haar eigen vak (dat mag maar 1x wanneer de bal dus in zijn/haar veld terecht komt) en moet hem dan gelijk weer naar een van de andere spelers slaan met zijn of haar handen. Daar mag de bal slechts weer 1x stuiteren en speelt de speler de bal weer door. En zo stuitert de bal steeds van speler naar speler (en van vak naar vak).
De bal mag maar 1x stuiteren in jouw vak als deze naar je toe wordt gespeeld. Je moet de bal daarna gelijk doorspelen. Stuitert de bal een tweede keer in je eigen vak, dan ben je af.
Elke keer nadat iemand af is, begint de bal weer bij de speler in vak 1.

7. Naar wie mag je de bal spelen?

Het maakt bij Viervakken niet uit naar wie je speelt. Maar je wilt het liefst de speler uit de vakken boven je wegspelen zodat je zelf kunt doorschuiven. Dus sta je op vak 2, dan wil je naar vak 1 zien te komen en val je de speler uit vak 1 bij voorkeur aan door de bal naar deze speler te spelen.
Maar je wilt niet af gaan, dus komt de bal op een manier aan dat je deze makkelijker naar een lager vak kunt spelen, dan is dit aan te raden.

8. Wanneer ben je bij het Viervakken (Vierkanten) af?

  • Als de bal meer dan 1x stuitert in zijn of haar eigen vak, is deze speler af.
  • Komt de bal op de lijn, is de speler die hem het laatste heeft aangeraakt af. Raakt de bal de lijn, maar speelt de speler door, is deze speler af. Soms ontstaat er een discussie of de bal op de lijn kwam, omdat niet alle spelers het hebben gezien. In dit geval wordt de bal opnieuw gespeeld.
  • Kan de bal niet in het vak van de volgende speler stuiteren, dan is de speler die hem speelde af. Speelt de speler toch door, dan is de speler die doorspeelt af.
  • Als de speler die de bal in zijn vak krijgt er onmogelijk bij kan, dan is de speler die de bal speelde af (bijvoorbeeld de bal komt zo hoog dat de speler er onmogelijk bij kan). Je mag het elkaar natuurlijk wel moeilijk maken als je de bal speelt, bijvoorbeeld door de bal dicht op de lijn te spelen.
    Als je de bal die in je vak komt kan spelen, dan moet je hem wel proberen te spelen. Anders ben jij af. Je mag hem dus niet expres laten gaan zodat de ander af is.
  • Krijg je de bal per ongeluk op je voet, dan wordt de bal opnieuw gespeeld. Krijg je hem expres op je voet (bijvoorbeeld proberen te schoppen), dan ben je af.

9. Wat moet je doen als een speler af is?

De speler die bij Viervakken af is, moet aansluiten achter in de rij. De spelers in de vakken schuiven (zo nodig) door. Bijvoorbeeld: als de speler uit vak 2 af is, dan schuift de speler uit vak 3 naar vak 2, de speler uit vak 4 schuift naar vak 3 en de speler die aan de beurt is uit de rij gaat in vak 4 staan.

10. Hoe speel je Viervakken met 2 spelers?

Dit balspel kun je ook spelen met 2 spelers. Speler 1 staat dan in vak 1 en speler 2 in vak 2. Speler 1 begint.
Als speler 1 af is, gaat speler 2 naar vak 1 en speler 1 naar vak 2. Ze ruilen dus van plek. Als speler 2 af is, gebeurt er niets en blijven beide spelers op hun plek staan. Je speelt het spel verder met dezelfde regels.
Vak 3 en vak 4 kun je gewoon tekenen maar blijven leeg, je speelt alleen in de eerste twee vakken.

11. Hoe speel je Viervakken met 3 spelers?

Speel je met 3 spelers, dan laat je vak 4 gewoon leeg en speel je alleen in de eerste drie vakken. Speler 1 staat in vak 1, speler 2 in vak 2 en speler 3 in vak 3. Speler 1 begint. Als speler 1 af is, schuiven spelers 2 en 3 door en speler 1 gaat in vak 3 staan. Als speler 2 af is, dan schuift speler 3 door naar vak 2 en gaat speler 2 in vak 3 staan. Als speler 3 af is, gebeurt er niets en blijft iedereen staan. Je speelt het spel verder met dezelfde spelregels.

12. Hoe speel je Viervakken met 4 spelers?

Viervakken kun je ook spelen met 4 spelers. Speler 1 staat dan in vak 1, speler 2 in vak 2, speler 3 in vak 3 en speler 4 in vak 4. Speler 1 begint. Als speler 1 af is, schuiven spelers 2, 3 en 4 door en speler 1 gaat in vak 4 staan. Als speler 2 af is, dan schuiven de spelers 3 en 4 door en gaat speler 2 in vak 4 staan. Als speler 3 af is, dan schuift speler 4 door naar vak 3 en gaat speler 3 in vak 4 staan. Ze ruilen dan dus van plek. Als speler 4 af is, gebeurt er niets en blijft iedereen staan. Je speelt het spel met dezelfde regels als wanneer je het met een groep speelt.

13. Hoe win je het King / Viervakken spel?

Van tevoren bepaal je hoe lang je het spel speelt. Bijvoorbeeld tot iedereen geen zin meer heeft, tot spelers naar huis moeten, een afgesproken tijd, het maakt voor dit balspel niet uit.
Sta je op het moment dat het spel afloopt op vak nummer 1 (of K) dan ben je eerste. Sta je op vak nummer 2 (of I), dan ben je tweede. En als laatste op vak 3 (of vak N), dan ben je derde. Vak 4 (of G) telt niet mee.
De rest van de kinderen heeft dan dus verloren.

Veel plezier gewenst met het spelen van dit spannende en leuke buitenspel!
Tips of opmerkingen? Plaats deze hier!