1. Met welke vinger welke snaar?
Gebruik je duim voor de drie bovenste snaren, je wijsvinger voor snaar nummer vier, je middelvinger voor snaar vijf en je ringvinger voor snaar nummer zes. Je speelt van boven naar beneden en begint met de eerste bassnaar.
2. Je duim op de eerste bassnaar
Sla met je duim de bovenste bassnaar aan en dan met je wijsvinger snaar vier, met je middelvinger snaar vijf en met je ringvinger snaar zes. Blijf dit langzaam oefenen.
3. Je duim op de tweede bassnaar
Als je de bovenstaande oefening een paar maal hebt herhaald pak je de tweede bassnaar. Sla met je duim de tweede snaar aan en met je vingers respectievelijk weer snaar vier, vijf en zes.
4. Je duim op de derde snaar
Tot slot pak je met je duim de derde snaar en met je vingers weer respectievelijk snaar vier, vijf en zes.
5. Een stapje verder
Combineer de bovenstaande oefeningen. Sla met je duim de bovenste snaar aan en volg weer met je vingers, maar in plaats van te herhalen volg je direct met de oefening vanaf snaar twee. Daarna gelijk door met de duim naar snaar drie en maak ook deze set af met de vingers. Als alledrie de oefeningen klaar zijn, herhaal je dit geheel als oefening.
6. Neem de tijd
Je zult zien dat als je meerdere keren oefent, het tokkelen na een tijdje steeds makkelijker en sneller gaat, wees niet te ongeduldig en neem er de tijd voor.
Vergeet niet dat het leren spelen op een gitaar even kan duren, geef dus niet te snel op. Zoals met vele andere dingen: oefening baart kunst.