Bewaar deze instructie in een nieuwe afspeellijst of selecteer een bestaande.

Afspeellijsten zijn ook zichtbaar voor andere gebruikers

Bestaande afspeellijsten

WeetHetSnel gebruiker Weethetsnel

Weethetsnel
Heeft 280 instructies gemaakt

Hoe kies je de juiste autostoel en wanneer zit je kind veilig in de auto.

Omschrijving

Hoe je voor jouw kind het juiste autostoeltje kiest en wanneer je over kunt gaan op een kinderautostoel - en weer later een zitverhoger - leer je in deze instructievideo. Daarnaast wordt uitgelegd hoe je het kinderzitje in je auto goed bevestigt en zorgt dat je kind goed vastzit. Volg het eenvoudige stappenplan van Taskforce kinderveiligheid in deze video, om zeker te zijn dat jouw kind goed en veilig in de auto zit. Zo ga je met een goed gevoel met de kinderen op vakantie of de weg op.

Handleiding
Benodigdheden
  • de juiste autostoel of een zitverhoger (afhankelijk leeftijd kind)
  • handleiding autostoeltje

1. Welk type autostoel?

Er zijn twee typen goed gekeurde autostoelen. Het stoeltje met het ECE/R44 label kies je op basis van het gewicht van je kind. Het i-Size autostoeltje kies je op basis van lengte en leeftijd. Kijk welk stoeltje het beste in je auto past.

2. Autostoeltjes met het ECE/R44 keurmerk

Bij autostoeltjes met een ECE/R44 keurmerk gebruik je voor baby’s tot 13 kilogram een babyautostoel. Zodra je kind zwaarder weegt dan 13 kilogram en/of het hoofd van je kind boven de rand van het stoeltje uitsteekt, is het tijd voor een volgend stoeltje. Voor kinderen tussen de 13 en 18 kilogram wordt dit dan een kinderautostoel.

Als in een babyautostoel de beentjes van je kind uitsteken is dat niet erg. Je kunt het stoeltje gewoon blijven gebruiken tot de aangegeven criteria voor een volgend stoeltje.

3. I-Size autostoeltjes

Je kunt ook kiezen voor een i-Size autostoel, waarbij de lengte en leeftijd van het kind bepalend zijn. Dit stoeltje is nòg veiliger omdat kinderen tot de leeftijd van minimaal 15 maanden tegen de rijrichting in moeten worden vervoerd. De i-Size autostoel zorgt voor een betere bescherming bij frontale en zijwaartse aanrijdingen. Je kunt het stoeltje bevestigen met vaste Isofix-aansluitpunten, twee in de bank en één op de grond (zie video 3.52). Check wel of jouw auto geschikt is voor een i-Size autostoeltje.

4. Een zitverhoger

Voor kinderen vanaf 18 kilogram gebruik je een zitverhoger. Kies een zitverhoger met rugleuning, hierin zit je kind veilig.

Het bevestigingspunt van autogordels kan vaak in hoogte versteld worden. Zet deze bij kinderen op een zitverhoger in de laagste stand!

5. De gewone autogordel

Is je kind langer dan 1,35 meter (leeftijd acht à negen jaar) dan kan het gebruik maken van de gewone autogordel. In de meeste auto’s past een kind van 1,35 meter echter vaak nog niet goed in de gewone gordels, dus controleer of de gordel goed zit.

6. Controleren of de gordel goed zit

Laat je kind op de stoel zitten met de gordel om. Het kind moet de knieën goed over de zitting kunnen buigen, terwijl de billen tegen de rugleuning zitten. De gordel moet over het midden van het sleutelbeen en strak over de heupen of bovenbenen lopen. De heupgordel mag niet onder de buik lopen. Zit de gordel niet helemaal goed, gebruik dan nog even de zitverhoger - eventueel zonder rugleuning.

7. De autostoel goed bevestigen

Controleer of je de stoel goed hebt bevestigd (zie video 1.46). Zitten er Isofix-aansluitingen in je auto dan kun je ook voor een Isofix stoel kiezen. Het goed bevestigen van de autostoel is hiermee makkelijker.

Vergeet bij een Isofix-aansluiting niet het derde bevestigingspunt (zie video 3.29). Dit is een poot die vóór de stoel op de grond leunt of een band die over de rugleuning naar achteren loopt.

Isofix is een internationaal gestandaardiseerd systeem voor de bevestiging van autostoeltjes in auto's. De Isofix-bevestigingsbeugels worden af-fabriek of achteraf in de auto gemonteerd.

8. Je kind in de gordels zetten: de babyautostoel

Pak de handleiding van de stoel erbij en let op de volgende punten (zie video 2.00-2.18):
- een babyautostoel plaats je tegen de rijrichting in;
- de heupgordels moeten door de geleiders lopen;
- de diagonale gordel moet achter de haak zitten;
- zet je kind vast met de driepuntsgordel van het stoeltje en trek de gordel strak aan.

Zet altijd je airbag uit als je een kind op de voorstoel vervoert!

9. De kinderautostoel

Kijk bij de kinderautostoel waar de gordel moet lopen (zie video 2.23) en trek de gordel strak aan. Maak je kind vast met de vijfpuntsgordel. Kijk of de gordel niet gedraaid zit en trek ook deze gordel strak aan.

10. De zitverhoger

De bevestiging van de zitverhoger test je het beste als je kind in de verhoger zit. Kijk of de heupgordel netjes over de heupen loopt en niet over de buik. Doordat je kind hoger zit loopt de gordel niet in de nek, maar over de schouder (zie video 2.47). Belangrijk is ook dat je kind met gebogen knieën kan zitten. Is dit niet het geval, dan kan het onderuit hangen en bij een botsing onder de gordel doorschieten.

11. De gewone autogordel

Gebruik de gewone autogordel alleen als je kind de knieën goed over de zitting kan buigen terwijl de billen tegen de rugleuning zitten. De gordel moet over het midden van het sleutelbeen en strak over de heupen of bovenbenen lopen. De heupgordel mag niet onder de buik lopen.

Gebruik de autogordel altijd!

Gebruik geen gordelgeleider, deze is niet toegestaan!

Laat het diagonale deel van de gordel nooit achter de rug langs lopen, dit is verboden en onveilig.

12. Nog even kort samengevat

- kies de juiste autostoel;
- zorg dat de autostoel goed is bevestigd;
- zorg dat je kind goed vastzit.

Een eenvoudig stappenplan maar wel zo veilig!

Tips of opmerkingen? Plaats deze hier!